Hoe werkt psychodiagnostisch onderzoek
1. Basisdiagnostiek: vaststellen van een verstandelijke beperking
Een verstandelijke beperking definiëren we als volgt: ‘een verstandelijke beperking begint gedurende de ontwikkelingsperiode, met beperkingen in zowel het verstandelijk als het adaptieve functioneren. Onder het verstandelijk functioneren valt het intellectueel functioneren zoals: redeneren, problemen oplossen, oordelen, plannen en leren. Onder het adaptief functioneren vallen: conceptuele vaardigheden, sociaal-emotionele vaardigheden en praktische vaardigheden.’Om een verstandelijke beperking te mogen classificeren maken we gebruik van gestandaardiseerde testen die gericht zijn op zowel verstandelijk functioneren als adaptief functioneren.De gedragsdeskundigen voeren zo psychodiagnostisch onderzoek uit naar intellectueel functioneren, sociaal emotioneel functioneren, zelfredzaamheid en conceptuele vaardigheden. Op basis van deze testgegevens stellen zij een diagnose van het niveau van verstandelijke functioneren van de persoon in kwestie.
2. Aanvullende diagnostiek: screenen naar bijkomende problematiek
Bij jongeren/volwassenen met een verstandelijke beperking spelen er vaker gedragsproblemen en psychiatrische problemen dan bij jongeren/volwassenen zonder deze beperking. Daarom kan screenend onderzoek naar bijkomende problematiek nodig zijn. Binnen MEE kunnen we screenen op bijkomende problematiek op de volgende gebieden: autisme, persoonlijkheid, coping, gedrag, AHDH, hechting, trauma, stress, depressie, opvoedingsvaardigheden, seksualiteit en dementie.
Resultaat van het onderzoek
Het psychodiagnostisch onderzoek draagt bij aan het vaststellen van het niveau van verstandelijk functioneren en eventueel een screening naar bijkomende problematiek. Op basis daarvan wordt een passend advies geformuleerd waarin beschreven staat wat de meest passende vorm van hulpverlening is voor de cliënt. De cliënt krijgt de uitkomsten en adviezen van het psychodiagnostisch onderzoek in de vorm van een adviesgesprek aangeboden. Tijdens het adviesgesprek wordt de informatie op maat aangeboden aan de cliënt. Dit kan op verschillende manieren inclusief het gebruik van visuele ondersteuning. De cliënt krijgt zowel het op maat aangepaste verslag mee als het officiële verslag. Het officiële verslag en de ruwe testgegevens worden volgens de normen van het NVO bewaard in het cliëntdossier van MEE.
Let op: Gedragsdeskundigen van MEE Rotterdam Rijnmond kunnen alleen onderzoek doen ter ondersteuning van de hulpvraag vanuit het wijkteam, Stedelijke Zorg, Vraagwijzers en WMO. Dus de wijkteammedewerker of Expertisemedewerker Toegang heeft een vraag voor onderzoek. Een externe zorgaanbieder kan nooit een cliënt aanmelden voor onderzoek bij MEE.