Er zijn twee plekken waar Sten (13) durft te komen: thuis en bij de Rotterdamse sportclub Unity99. De jongen heeft een autistische stoornis; als hij structuur mist en de touwtjes voor zijn gevoel niet in handen heeft, kan hij angstig worden. Naar school gaan, dat lukt niet. Zelfs thuis bij zijn ouders was de situatie 2 jaar geleden onhoudbaar. Hij werd voor een half jaar opgenomen in een jeugdkliniek.
In de weekenden dat Sten naar huis mocht, trainde hij bij Unity99. Daar kreeg oud-vechtsportkampioen en eigenaar Patrick van Daalen voor elkaar waar anderen niet in slaagden. Achter de bokszak en op de judomat leerde Sten zijn angsten te controleren en boosheid kwijt te raken. De jongen kreeg vertrouwen in zichzelf.
Sten woont weer thuis en draagt elke dinsdagavond, stipt om zes uur, trots zijn witte karatepak met gele band eromheen. Hij staat dan tussen dertien andere jongeren op de mat klaar voor de budoles van Van Daalen, speciaal gericht op deelnemers met autisme.

De knul luistert, rent en stoot mee tijdens de oefeningen. Hij zakt door zijn knieën zodat een kleinere groepsgenoot hem bij de nek kan grijpen, zoals de opdracht van de meester luidt. Sten geeft op vriendelijke toon instructies, kijkt bezorgd naar het hoofd van zijn sparringpartner terwijl hij dat tegen de mat duwt.
'Dit is aangeleerd gedrag,' zegt zijn leraar trots. 'Deze gasten pakken dit sociale gedrag op omdat ze op de mat de positieve effecten ervan ervaren.' Dat vechtsport nuttig kan zijn voor kinderen met autisme of agressieproblemen is voor Van Daalen geen nieuws, hij helpt ze al jaren. En toch werd in de jeugdzorg nauwelijks gekeken naar de rol die sport kan innemen. Maar daar komt een einde aan, de hulpverlening erkent tegenwoordig de baten van de lessen bij Unity99. Een uurtje vechtsport blijkt soms nou eenmaal meer effect te hebben dan een uurtje praattherapie. Zorg- en welzijnsinstellingen als MEE, FlexusJeugdplein en Buurtwerk vertrouwen daarom steeds meer jongen cliënten toe aan de dojo van Unity99.

Als het aan de gemeente Rotterdam ligt, krijgen meer sportclubs een structurele plek in de zorg voor kinderen. Vorig jaar probeerde Rotterdam Sportsupport bij wijze van proef om sportverenigingen in Rotterdam-Alexander te laten samenwerken met het Centrum voor Jeugd en Gezin, wijkteams, jongerenwerkers en schoolmaatschappelijk werkers. Met succes. Dit jaar wordt de aanpak 'Sport in de Jeugdketen' daarom uitgerold over de rest van Rotterdam.

Tot tien tellen
In de dojo van Van Daalen staan kinderen die gewend zijn eerst te slaan en dan pas te praten, maar ook kinderen die makkelijk over zich heen laten lopen. 'Mijn lessen gaan over grenzen herkennen en erkennen en voor jezelf opkomen. Alles staat of valt met zelfvertrouwen. Hoe krijg je dat? Door te weten wat je kan en dat uit te stralen. Wij oefenen dat door situaties na te bootsen.'
Het werkt. Een jongen die voorheen met zijn hoofd tegen de betonnen muur van Unity99 bonkte als een oefening niet lukte, draagt nu trots een bruine band om zijn middel. Een kind dat in het begin op de mat in een psychose schoot omdat het niet kon omgaan met nieuwe prikkels, kan dat nu wel. Toen de vader van Martijn (22) vijf jaar geleden overleed, was hij boos. En die woede reageerde hij af op zijn moeder. 'Ik viel haar niet fysiek aan, maar schreeuwde wel veel. Van meester Patrick heb ik geleerd hoe ik dat gevoel kan inhouden - tot tien tellen, door mijn in- en door mijn mond uitademen - en de agressie er hier uit te slaan. De bokszak heeft geen gevoel.'
De pupillen gaan zichtbaar vooruit door de hulp van Van Daalen. Twee keer werd zelfs uithuisplaatsing afgewend door zijn training. 'Er is een verschil tussen iemand die vanachter een tafel vraagt wat er in je omgaat en iemand die je tegen een zak laat slaan tot je leeg bent en dan vraagt waar die woede vandaan komt,' zegt hij. 'En toch: ik ben geen psycholoog of arts. Ik weet waarbij ik kan helpen en waarbij niet. In dat laatste geval weet ik nu de hulpverlening te vinden.'

Alerte coach
Meer sportclubs en hulpverleners moeten dit jaar met elkaar in contact komen, dat is de missie van de gemeente Rotterdam. Harry Schaarman is teamleider bij FlexusJeugdplein, hij verwees in het proefjaar in Prins-Alexander al meer dan veertig kinderen naar sportverenigingen. 'Sport stond nog niet op het lijstje van hulpverleners. Een kind met overgewicht en gedragsproblemen kreeg het etiket ADHD opgeplakt, ging ritalin slikken en volgde een cursus sociale vaardigheden. Nu wordt eerst gedacht: is sporten iets voor hem? Dan verbrandt hij calorieën, komt los van die computerspelletjes, raakt zijn energie kwijt en leert samenwerken met anderen. En een kind kan op het schoolplein zeggen dat hij naar training moet in plaats van therapie, dat klinkt toch veel stoerder?'
En niet alleen bij Unity99 staat de deur open voor deze kinderen. Trainers en coaches van een aantal sportverenigingen, waaronder voetbalclub XerxesDZB, hebben al les gekregen in omgaan met afwijkend gedrag en dat aantal moet gaan groeien.
'Het kwam voor dat een vereniging blij was als een kind met ADHD drie keer niet kwam opdagen bij de training, lekker rustig zonder die stoorzender,' zegt Schaarman. 'Maar na voorlichting over zulke kinderen - als we vertellen dat zij vaak degenen zijn die als laatst gekozen worden bij gym, geen vrienden hebben of thuis geen aandacht krijgen - belt zo'n club voortaan om te vragen of het wel goed gaat met dat kind als hij niet naar de training komt.'
Die gevraagde alertheid van sportvrijwilligers legt meteen een ander doel van Rotterdam Sportsupport bloot. Zorg moet niet alleen naar sport verwijzen, dat moet ook andersom gebeuren.

Vieze kleren
60 procent van de Rotterdamse kinderen komt wekelijks in een sportclub en dat maakt ze een belangrijke vindplaats van mogelijke opvoed- en opgroeiproblemen. 'Een jeugdlid dat elke week in vieze kleren op de club verschijnt, of regelmatig tijdens de training zegt niet te hebben gegeten: dat kunnen tekenen van verwaarlozing zijn,' zegt Nadia de Haan van Rotterdam Sportsupport, de stichting die de nieuwe aanpak in opdracht van de gemeente uitrolt. 'Helaas pakt een coach, trainer of bestuurder zo'n signaal lang niet altijd op, vooral niet als de vader van dat jeugdlid zelf ook actief is op de club. Daarom leren wij sportverenigingen hoe ze signalen van opvoed- en opgroeiproblemen of zelfs kindermishandeling herkennen. En we leren ze waar ze met deze signalen terecht kunnen, door rechtstreekse lijntjes te leggen naar de hulpverlening.'
Dat is even schakelen voor die hulpverleners. Zij zijn nog niet altijd bereikbaar op het moment dat de jeugdteams sporten, 's avonds en in het weekend. Maar ook voor sportvrijwilligers is deze aanpak een omschakeling, geeft Schaarman toe. 'Zij steken vrije tijd in het aanleren van balletjes hooghouden, proberen hoog te eindigen in de competitie en een carpoolschema kloppend te krijgen, en nu wordt hen opeens gevraagd met andere ogen naar de kinderen te kijken. Niet elke coach of trainer heeft daar zin in en dat is begrijpelijk. We hopen dat ze naar hun onderbuikgevoelens gaan luisteren, maar die zorg kunnen we niet door hun strot duwen.'

Aanvullen
Het moet ook niet overkomen alsof de hulpverlening kinderen met problemen over het hek gooit bij sportverenigingen, onderstreept hij. 'Wij vragen clubs niet om de problemen op te lossen. Sportverenigingen zijn er voor het sporten en de zorg is er voor het zorgen. Maar we weten inmiddels dat ze elkaar goed kunnen aanvullen.' De 13-jarige Sten is daar een lichtend voorbeeld van. In zijn witte karatepak voelt hij zich veilig bij Unity99. Sterker nog: op woensdag draagt hij tegenwoordig zelfs een blauw pak, net als zijn grote voorbeeld Van Daalen. 'Ik heb Sten gevraagd te helpen bij de lessen voor kleine kinderen en dat doet hij uitstekend,' vertelt hij, zichtbaar geraakt door diens persoonlijke groei. 'Op mijn mat trainen de Nederlands kampioenen van de vechtsport, maar tegen de prestaties van Sten valt niet op te boksen. Iemand als hij, dát is een kampioen.'

Bron: AD Stad en Regio Rotterdam

MEE Rotterdam Rijnmond & sport

Ed Hagers, één van de  sportconsulenten van MEE: 'Ik leerde Sten in 2012 kennen, samen zochten we een passende sportplek voor hem. Ik ben met hem naar een proefles bij Unity99 geweest, samen met zijn moeder. Sten was verlegen, had totaal geen vertrouwen in zichzelf en zijn omgeving. Vertrouwen krijgen, met andere kinderen durven sporten en de 'buitenwereld' verkennen was wat Sten's moeder hem dolgraag wilde meegeven. Unity99 was en is een schot in de roos voor Sten. Hij doet het daar fantastisch. Mooi zijn ook de woorden van zijn moeder over zijn weg bij Unity99.':

Sten zit in kleermakerszit op de mat. Hij heeft zijn witte pak aan. Zijn band zit zorgvuldig geknoopt om zijn middel. Zijn wangen zijn rood. Ademloos luistert hij naar de leraar. De leraar noemt zijn naam. Blij staat Sten op. Hij mag het voordoen. Samen. 'Zoek maar een maatje', zegt de leraar dan. Drie kinderen rennen naar Sten. Ze willen met hem trainen. Want hij deed het net heel goed voor. Sten is voorzichtig. Zijn maatje is kleiner dan hij. Samen doen ze de oefening. Net als de andere kinderen op de mat. “Er is geen winnen of verliezen, er is alleen maar leren.”, zegt de leraar tegen de kinderen.

Budo… Het was niet makkelijk om een sport te vinden voor Sten. Autisme. MCDD. Angsten. Een sportconsulent van MEE had de oplossing: budo, een speciaal ontwikkelde training, gebaseerd op oosterse vechtsporten, voor kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum.

Het was zo ver. Op een woensdagmiddag. Het kostte heel wat overredingskracht om Sten mee te krijgen. Angstig stond hij verscholen achter mijn benen. Nee, hij ging niet meedoen. Daar stond Patrick. In zijn blauwe pak. Rust. Dat straalde hij uit. Respect. Voor Sten. Voor zijn angst. Voor zijn eigenheid. Voor zijn autisme. ‘Natuurlijk hoef je niet mee te doen’, zei Patrick. ‘Maar misschien kun je wel kijken? Je bent er nu toch’. Dat wilde Sten wel. Langs de kant keken we naar de les. Sten heel dicht naast me. Rust. Dat straalde de les uit. Respect. Voor de kinderen. Respect. Voor Patrick. Hij liet Sten rustig kijken. Hij observeerde Sten. Hoe hij schuifelde op de bank. Hoe hij alles volgde. Hoe hij even lachte als het toch wel heel leuk was op de mat. Patrick wachtte het juiste moment af. Tot Sten er klaar voor was. “Je kunt misschien best even meedoen met dit spel, je bent er nu toch.”, zei hij. “Straks denk je thuis, had ik nu toch maar even meegedaan…” En daar ging Sten. Hij deed mee. Het ijs was gebroken.

Vanaf die week gaat Sten elke week naar budo. Hij vindt het heerlijk. Hij leerde er veel. Concentreren. Wachten op je beurt. Je grenzen verleggen. Iemand helpen. Kracht. Discipline. Zelfvertrouwen. En hij vond een nieuwe vriend. Een maatje voor het leven. “Ik wil eigenlijk wel nog een keer extra trainen.”, zei hij op een dag. En zo ging het. De donderdag kwam erbij. Daar stond Sten weer. De eerste keer bij de donderdaggroep. Gespannen. Wriemelend aan zijn budopak. “Kom maar even naast me staan.”, zei Patrick. Dat deed Sten. “Dit is een oude vriend van me. Hij komt voortaan ook op donderdag trainen en ik ben heel vereerd dat hij bij ons is.”, zei Patrick tegen de andere kinderen. Sten straalde. En alle kinderen wilden wel met die oude vriend van Patrick trainen! Ineens was het helemaal niet eng meer in die nieuwe groep.

En dat is de magie van Patrick. Precies op het juiste moment het goede zeggen. Deze kinderen het gevoel geven dat ze speciaal zijn. Zodat ze boven zichzelf uitstijgen. Want Patrick pakt het niet alleen zo aan bij Sten. Nee, hij doet dat bij alle kinderen. Allemaal krijgen ze het gevoel dat ze er mogen zijn. Allemaal willen ze werken voor Patrick. Sten traint nog steeds. Een band en heel wat vuistjes verder. Twee keer in de week. In de nieuwe dojo. Het zijn de hoogtepunten voor Sten. Hij heeft het zwaar. Zijn angsten zijn groot. Vaak is hij verward en op school gaat het niet goed. We moeten op zoek naar andere mogelijkheden. En steeds is daar weer Patrick. Een baken voor Sten. Als Sten traint, is hij niet zo angstig. In de war is hij dan ook niet. Hij landt weer. Met twee voeten op de aarde. Hij voelt zich veilig. Hij helpt andere kinderen. Sparren vindt hij het mooiste dat er is. “Er is geen winnen of verliezen, er is alleen maar trainen.”, zegt Patrick. En zo is het. Hang loose!

De moeder van Sten

Sociale kaart Nederland wijst u de weg

MEE ondersteunt, in samenwerking met Isatis Care, burgers en professionals met Sociale Kaart Nederland. De Sociale Kaart bestaat uit tienduizenden organisaties rond arbeid, onderwijs, sport, wonen, welzijn en zorg. Iedereen gebruikt dagelijks deze data om informatie te vinden, mensen op weg te helpen en daarmee kosten te besparen. Meer informatie->